Steeds meer ondernemers kiezen voor een BV. Op 1 januari 2026 stonden er in Nederland 508.270 BV’s ingeschreven (bron: CBS). Heb je een BV en wil je winst uitkeren aan jezelf of andere aandeelhouders? Dan krijg je te maken met wettelijke eisen voor het uitkeren van dividend. In dit artikel lees je waar je rekening mee moet houden en welke verantwoordelijkheden daarbij horen.
Een Besloten Vennootschap (BV) is een ondernemingsvorm waarbij het kapitaal verdeeld is in aandelen. Zo’n aandeel geeft je stemrecht en/of recht op winst (dividend). De aandelen zijn in handen van de aandeelhouders. De aandeelhouders vormen samen de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA). Dit is net als het bestuur een belangrijk orgaan binnen de BV. Zeker als het om het uitkeren van dividend gaat.
Per 1 oktober 2012 geldt de Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht (ook wel: Flex BV). Met de komst van deze wet is de kapitaalbescherming van de schuldeisers van een BV gewijzigd. De belangrijkste bepalingen zijn terug te vinden in artikel 2:216 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Het bestuur is verplicht om bij het uitkeren van dividend aan de aandeelhouders na te gaan of deze uitkering ‘verantwoord’ is. Als een vennootschap na het uitkeren van dividend haar opeisbare schulden niet meer kan voldoen, kunnen zowel bestuurders als aandeelhouders aansprakelijk worden gesteld.
De geoorloofdheid van een dividenduitkering bestaat uit twee toetsen, de balanstest en de uitkeringstoets. De balanstest stelt dat na uitkering het eigen vermogen niet kleiner mag worden dan de wettelijke en statutaire reserves. De toetsing vindt plaats op basis van de laatst vastgestelde jaarrekening op het moment dat de AvA besluit tot dividenduitkering over te gaan. Meestal een relatief eenvoudige toets.
Uitdagender is de uitkeringstoets. Bij deze toets beoordeelt het bestuur of de BV na de dividenduitkering kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. In de praktijk kijkt men vaak naar een periode van één jaar vanaf het moment van de uitkeringstoets. In sommige gevallen is dit bijzonder lastig. Zo is het van belang te kijken naar: toekomstige kasstromen, verwacht resultaat, geplande investeringen, aflossingsverplichtingen van financieringen en de beschikbaarheid van financieringen. Zowel de liquiditeit als solvabiliteit zijn belangrijke indicatoren. Het is zaak de toets zorgvuldig uit te voeren en goed vast te leggen.
Naast juridische regels zijn er ook fiscale aandachtspunten. Bij een uitkering aan bijvoorbeeld de directeur-grootaandeelhouder (DGA) houdt de BV 15% dividendbelasting in. Deze belasting moet de BV aangeven en afdragen aan de Belastingdienst. Zowel de aangifte als de betaling moeten binnen één maand na het beschikbaar stellen van het dividend plaatsvinden. Bij een dividenduitkering tussen BV’s is er vaak geen dividendbelasting verschuldigd (bijvoorbeeld door toepassing van de deelnemingsvrijstelling). Aangifte kan dan achterwege blijven.
Kortom, bij het uitkeren van dividend komen financiële, juridische en fiscale aspecten samen. Een goede voorbereiding, afweging en onderbouwing zijn essentieel. Onze adviseurs helpen je hier uiteraard graag bij.
Vanaf 1 mei 2026 gebruikt de Belastingdienst nieuwe rekeningnummers. Dit lijkt een kleine wijziging, maar het kan grote gevolgen hebben als je per ongeluk nog naar een oud nummer betaalt. Daarom is het belangrijk dat je weet wat er verandert en wat je moet doen.
Werkgevers met een wagenpark krijgen vanaf 2027 te maken met een belangrijke fiscale wijziging. Het Belastingplan 2026 introduceert de pseudoeindheffing voor fossiele leaseauto’s die door werknemers ook privé worden gebruikt. Deze heffing komt boven op de bestaande bijtelling. Maar wat houdt deze nieuwe regeling precies in?
Werkgevers krijgen steeds vaker te maken met vragen over de Arbowet en verzuim. De basis is eenvoudig: elke werkgever met personeel moet een basiscontract hebben met een gecertificeerde arbodienst of bedrijfsarts. Deze verplichting geldt voor alle bedrijven, ook wanneer er maar één medewerker in dienst is.