Wat kun je als ondernemer, dga, werkgever of particulier nog regelen vóór het einde van 2026? En op welke veranderingen voor 2027 kun je je alvast voorbereiden? In deze eindejaarstips 2026 lees je welke fiscale aandachtspunten nu spelen en waar je op tijd actie voor moet ondernemen. Niet alle plannen voor 2027 zijn al definitief. Daarom maken we per onderwerp duidelijk wat nu geldt en wat nog kan veranderen.
Wil je dividend uit je bv uitkeren? Bekijk of dit in 2026 fiscaal voordeliger is dan in 2027.
Vanaf 2027 veranderen mogelijk de regels voor lenen bij je eigen bv. Controleer wat dit voor jou betekent.
Vanaf 2027 geldt een extra belastingheffing van 12% voor bepaalde zakelijke auto's. Voorkom onnodige kosten.
Overweeg je om je onderneming om te zetten naar een bv? Bekijk of het slim is om dit nog in 2026 te regelen.
Leen je personeel uit aan andere bedrijven? Bereid je dan op tijd voor op de nieuwe toelatingsregels.
Wil je een tweede woning kopen? Wachten tot 2027 kan voordelig zijn door een mogelijke verlaging van de overdrachtsbelasting.
De regels voor elektrische auto's en youngtimers veranderen. Bekijk wat dit betekent voor jouw zakelijke auto.
Heb je nog vrije ruimte over in de werkkostenregeling? Benut deze vóór het einde van 2026.
Voor start-ups en scale-ups komt mogelijk een gunstigere regeling voor aandelenopties. Bekijk de mogelijkheden voor jouw onderneming.
Wil je geld uit je bv naar privé halen? Vergelijk dan de gevolgen van een uitkering in 2026 met die van een uitkering in 2027.
In 2026 betaal je in box 2 24,5% over de eerste € 68.843 aan belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en 31% over het meerdere. Met een fiscale partner kun je, afhankelijk van de verdeling van jullie inkomen, samen mogelijk twee keer de eerste schijf benutten. Die schijf loopt in 2026 voor jullie samen tot € 137.686.
Het kabinet heeft voorgesteld om het hoge box 2-tarief in 2027 tot en met 2030 te verlagen naar 29,2%. De grens van de eerste schijf komt in 2027 naar verwachting uit op € 69.607 per persoon. Ook deze cijfers en tarieven moeten nog definitief worden vastgesteld.
Kijk niet alleen naar de box 2-belasting. Een dividenduitkering kan ook gevolgen hebben voor je algemene heffingskorting en, als je de AOW-leeftijd hebt bereikt, voor je ouderenkorting. Houd ook rekening met box 3: geld dat je op 1 januari nog op je rekening hebt staan, kan meetellen bij je vermogen.
Gebruik je het dividend om een lening bij je bv af te lossen? Dan kan het nodig zijn om de uitkering nog in 2026 te doen. Een dividenduitkering moet bovendien verantwoord zijn: het bestuur moet beoordelen of de bv haar opeisbare schulden kan blijven betalen.
Leen je geld van je eigen bv? Dan kan de regeling excessief lenen van toepassing zijn. Hebben jij en je fiscale partner samen op 31 december meer dan € 500.000 aan meetellende schulden bij jullie eigen bv’s, dan kan het meerdere worden belast in box 2.
Het kabinet stelt voor om de grens vanaf 2027 jaarlijks met € 80.000 te verlagen. De grens zou dan eind 2027 € 420.000 zijn en eind 2031 € 100.000. Dit plan moet nog door het parlement worden goedgekeurd.
Voor bepaalde eigenwoningschulden geldt een uitzondering als aan de voorwaarden is voldaan. Voor eigenwoningschulden die na 31 december 2022 zijn ontstaan, is daarvoor onder meer een hypotheekrecht ten gunste van de bv nodig.
Breng je leningen alvast in kaart. Heb je eerder belasting betaald wegens excessief lenen, dan kan jouw persoonlijke grens afwijken. Bespreek met je adviseur of aflossen of dividend uitkeren nodig is.
Overweeg je om je eenmanszaak, vof of maatschap in een bv onder te brengen? Laat de mogelijkheden dan tijdig vergelijken. Dat is extra belangrijk als je toch al van plan bent een bv op te richten en ook een personenauto met CO₂-uitstoot in de bv wilt onderbrengen.
Breng je de onderneming in 2026 ruisend in (dus met fiscale afrekening), dan kun je mogelijk gebruikmaken van de stakingsaftrek. Die bedraagt in 2026 maximaal € 3.630, voor zover je die nog niet eerder hebt benut. In 2027 wordt dit bedrag volgens de plannen verlaagd naar € 908. Heb je nog een fiscale oudedagsreserve (FOR) die vrijvalt, dan kun je volgens de SRA-informatie ook bij een geruisloze inbreng mogelijk gebruikmaken van de stakingsaftrek. Laat vooraf beoordelen of dit in jouw situatie kan.
Ook andere ondernemersaftrekken veranderen mogelijk. De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027. De startersaftrek daalt volgens het voorstel van € 2.123 naar € 10. De meewerkaftrek wordt naar verwachting in 2027 met 75% verlaagd.
Een bv is niet automatisch voordeliger. De winst, je privé-uitgaven, aansprakelijkheid, de kosten van de bv en de manier waarop je de onderneming inbrengt tellen allemaal mee. Bespreek je plannen op tijd met je adviseur en notaris.
Wil je medewerkers aan het einde van het jaar iets extra’s geven? Controleer dan eerst hoeveel vrije ruimte je nog hebt binnen de werkkostenregeling (WKR).
In 2026 bedraagt de vrije ruimte 2% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over het meerdere. Vrije ruimte die je in 2026 overhoudt, kun je niet meenemen naar 2027. Kom je boven de vrije ruimte uit, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.
In 2027 stijgt de vrije ruimte over de eerste € 400.000 naar 2,16%. Het percentage over het meerdere blijft 1,18%.
De gerichte vrijstelling voor korting op producten uit het eigen bedrijf vervalt volgens het voorstel vanaf 2027. In 2026 kun je onder voorwaarden nog een korting of vergoeding geven van maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer van het product, met een maximum van € 500 per werknemer per jaar. Controleer ook of een gerichte vrijstelling geldt voor andere vergoedingen of verstrekkingen. Die gaan niet ten koste van de vrije ruimte.
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) kan voor je gelden als je tegen vergoeding arbeidskrachten ter beschikking stelt die onder leiding en toezicht van een ander werken. Kijk daarom niet alleen naar de naam van je bedrijf of de contractvorm. Gebruik de officiële beslisboom om te controleren of je toelating nodig hebt of dat een uitzondering of ontheffing mogelijk is.
Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde vormen van collegiale uitleen zonder winstoogmerk en voor uitlenen binnen een concern. Een ontheffing kan onder voorwaarden mogelijk zijn als de omzet uit het uitlenen minder is dan 10% van de totale omzet en niet hoger is dan € 5 miljoen per jaar. Je onderneming moet daarnaast aan andere voorwaarden voldoen. Zo moet er onder meer gedurende ten minste twaalf maanden loon zijn betaald en mag je geen uitzendbureau of payrollbedrijf zijn. Voor de aanvraag is een beoordelingsverklaring van een accountant nodig.
De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking. Voor de overgangsregeling kun je je aanmelden van 1 november tot en met 31 december 2026. Daarna kun je van 1 mei tot en met 30 juni 2027 toelating of ontheffing aanvragen.
Heb je op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk, dan hoef je je niet aan te melden voor de overgangsregeling. De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt adviseert aanmelden wel als je het risico loopt dat je het keurmerk vóór die datum verliest. De aanvraag voor toelating of ontheffing in 2027 blijft nodig. De Nederlandse Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028 met handhaven.
Beloon je medewerkers met aandelenopties? Voor kwalificerende startups en scale-ups ligt er een voorstel voor een gunstigere regeling vanaf 2027. Volgens het voorstel blijft 35% van het voordeel buiten de belastingheffing. De werknemer betaalt belasting wanneer de aandelen die met de opties zijn verkregen, worden verkocht.
De regeling geldt niet automatisch voor iedere onderneming of ieder optieplan. Er gelden voorwaarden en RVO moet de onderneming aanmerken als innovatieve startup of scale-up.
Ook aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, kunnen mogelijk onder het voorgestelde overgangsrecht vallen. Daarvoor is onder meer van belang dat ze op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Ook moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan.
Stel je vanaf 2027 een personenauto met CO₂-uitstoot aan een werknemer ter beschikking voor privégebruik of woon-werkverkeer? Dan geldt volgens de huidige wet een werkgeversheffing van 12% per jaar. De heffing wordt berekend over de cataloguswaarde. Voor personenauto’s van 25 jaar of ouder geldt de waarde in het economisch verkeer.
De heffing komt voor rekening van de werkgever en mag niet op de werknemer worden verhaald. Daarnaast kan de werknemer bij privégebruik ook bijtelling verschuldigd zijn. Bestelauto’s, vrachtwagens en tractoren vallen buiten de heffing. Een kampeerauto of personenbus kan volgens het kentekenregister wel als personenauto zijn geregistreerd. Controleer daarvoor de voertuigcategorie.
Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Volgens de huidige wet loopt dit tot en met 16 september 2030. Het kabinet stelt voor de einddatum te verlengen tot en met 31 december 2030. Die verlenging is nog niet definitief. Het overgangsrecht is gekoppeld aan de auto en de werkgever; als een werknemer de auto meeneemt naar een nieuwe werkgever, kan het vervallen.
In de voorgestelde aanpassingen zijn uitzonderingen opgenomen voor onder meer een vervangende auto die onder voorwaarden maximaal veertien aaneengesloten dagen wordt gebruikt en voor handgeschakelde lesauto’s. Controleer de voorwaarden voordat je hierop rekent.
Voor een volledig elektrische auto die in 2026 voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, geldt 18% bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere. Voor een volledig elektrische auto die in 2027 voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, geldt 20% over de eerste € 30.000 en 22% over het meerdere.
Voor auto’s op waterstof en kwalificerende zonnecelauto’s geldt het verlaagde percentage over de hele cataloguswaarde. De verlaagde bijtelling geldt 60 maanden. Voor de toepasselijke percentages en periode zijn de datum van eerste toelating en het moment waarop de auto ter beschikking wordt gesteld van belang. Alleen de auto in 2026 bestellen is dus niet genoeg.
Gebruik je de youngtimerregeling? In 2026 geldt die voor een auto die op 1 januari 2026 zestien jaar of ouder is. De regeling kan ook gelden voor een auto die al in 2025 aan je ter beschikking stond en in 2026 zestien jaar wordt. De bijtelling bedraagt 35% van de waarde in het economisch verkeer.
De huidige wet voorziet in een verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar vanaf 2027. Het kabinet stelt voor die wijziging te vervangen door een grens van 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028. Voor bepaalde auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking waren gesteld en in 2027 zeventien jaar worden, is voorgesteld dat de youngtimerregeling heel 2027 blijft gelden. Deze wijzigingen en het overgangsrecht zijn nog niet definitief.
Rijd je de auto vanuit je eenmanszaak of een andere IB-onderneming? Overbrengen naar privé kan niet zomaar. Bespreek met je adviseur of de voorgestelde wijziging voor jouw auto mogelijkheden biedt.
Wil je een vakantiewoning of verhuurwoning kopen die niet je hoofdverblijf wordt? Dan kan het moment van de overdracht verschil maken.
De overdrachtsbelasting voor een woning die niet je hoofdverblijf wordt, bedraagt in 2026 8%. Het kabinet stelt voor om dit tarief vanaf 2027 te verlagen naar 7%. Bij een belastbare waarde van € 300.000 scheelt dat € 3.000. De verlaging is nog niet definitief.
Ook box 3 kan meespelen. In de huidige forfaitaire berekening wordt een banktegoed anders behandeld dan een woning, die als overige bezitting wordt aangemerkt. Betaal je de woning met spaargeld, dan kan het moment van de overdracht dus ook gevolgen hebben voor de box 3-berekening.
Laat het totale effect van overdrachtsbelasting, box 3 en financiering vergelijken voordat je besluit de overdracht uit te stellen.
Niet iedere tip is voor iedere ondernemer relevant. Wil je weten welke keuzes voor jou aandacht vragen vóór 31 december? Neem contact met ons op. Samen bekijken we wat je dit jaar nog kunt regelen en waarvoor je beter kunt wachten.
Wat is je onderneming vandaag waard als je kijkt naar de kasstromen van morgen? De DCF-methode helpt die toekomstige opbrengsten te vertalen naar een ondernemingswaarde. Daarbij zijn vooral de verwachtingen en aannames over groei, investeringen en risico bepalend.